Column uitgesproken op 3 juli 2014 in De Balie, Amsterdam,
ter gelegenheid van een debat over de toekomst van het accountantsberoep
.

 

” Geachte meneer de accountant,

Dit is een steunbetuiging.
Ik zou namelijk niet graag in uw schoenen willen staan. Wat een rotvak, heeft u.
Elke dag opnieuw, al die cijfertjes doorploegen. Balansen, jaarrekeningen, waar geen chocola van te maken is.
Komt u in uw beste pak – verse Italiaanse snit, met de hand gemaakt – aan bij bedrijf X. Slap kopje Latte Machiato bij de ontvangst, en dan luisteren naar het gebazel van de CEO, die vaak geen biet verstand heeft van accountancy. Dat het een lastig jaar is: de markt valt tegen, de Raad van Commissarissen loopt te zeuren, de aandeelhouders hijgen. Dus of u eventjes orde aanbrengt en zorgt dat het er weer een beetje feestelijk uitziet dit jaar.
Dat doet u dan. En dat is zweten. Weken – wat zeg ik, maanden – werk, monnikenwerk. RSI van de rekenmachine.
En waardering, ho maar.
Ja, heel af en toe een reisje. Mag u mee, in het relatieprogramma van bedrijf X naar de Olympische Spelen. Goed hotelletje, lekker eten, beetje doorknallen in Holland Heineken House. Of een weekje Cote d’Azur. Best leuk hoor, daar niet van, maar de schoorsteen moet ook roken.
Als de CEO tevreden is, dan weet u dat u iets niet goed hebt gedaan. Heeft u netjes alles verklaard in heldere accountantstaal: ‘cancellable swabs’, ‘swaptions’, ‘caps’, ‘floors’ ‘knocking collars’, en dan komt de buitenwereld mekkeren. Alsof ze er verstand van hebben. Journalisten, pfffh.
Ik bedoel, in het bedrijfsleven, daar gaat het nog wel. Daar weten ze wel iets van accountancy. En daar snappen ze ook wel dat de jaarrekening niet het jaarlijkse, mediagenieke hoogtepunt is.
Maar als u uit de goedertierendheid van uw hart – scherp geprijsd – u over de allerbelabberdste cijfers van – ik noem maar wat – Amarantis, Vestia, Inholland hebt gebogen, en met pijn en moeite een acceptabele verklaring heeft opgesteld, krijgt u met een beetje pech een nono uit de Tweede kamer over u heen.

Het gezeur.

Over uw inkomen.
Hoezo verdient u teveel? De tarieven te hoog? Weet men dan niet wat een beetje CEO verdient? Een directeur van Vestia? Dat gaat al snel naar een miljoen, bonussen niet meegerekend. Ik bedoel, uw inkomen is een fooi in vergelijking daarmee. Vaak komt u niet eens op de helft uit. En ja, u heeft tenminste een vak geleerd wat je van zo’n Vestiadirecteur niet kunt zeggen. Bovendien, een beetje machtsevenwicht heeft u wel nodig. Als u bij CEO X komt met een ambtenarensalaris, in een ambtenarenpak, dan wordt u weggeblazen. En wie schiet daar nou iets mee op?

En nou zou u geen partner meer mogen worden. Jaren hard werken voor een beetje zelfstandigheid, een beetje eerlijke winstdeling, willen ze dat zo bij u vandaan grissen. Ik bedoel, je haalt Jolly Jumper toch ook niet onder Lucky Luke vandaan en zegt dan, ‘ga maar lekker lopen jongen’. U bent een vrije jongen, en die zouden hier – in de zesjescultuur die Nederland is – wel eens wat meer gewaardeerd mogen worden.

Dan die bemoeizucht van de AFM. Beetje een wit voetje halen bij de politiek. Zo’n steekproef, nou vraag ik je. ‘Ernstige tekortkomingen’ bij 35 van de 47 gecontroleerde jaarrekeningen. Mijn neus. Als we zo gaan rekenen – duidelijk geen accountantsopleiding gehad. En ik bedoel, piepen de opdrachtgevers? ….. Ik hoor ze niet.
En u heeft groot gelijk. De grote problemen zitten bij de éénpitters, die her en der eens wat wegschrijven. Niet bij u, niet bij de Big4. Anders dan zou het internationale succes toch ook niet zo groot zijn? Alsof ze in de Verenigde Staten gek zijn.

‘Naming and shaming’, willen ze bij de AFM. Dat is toch van god los. Dat uw kinderen op de schoolvereniging met de nek worden aangekeken omdat een overijverige bureaucraat – met een minderwaardigheidscomplex van hier tot Tokio – heeft bedacht dat u zich maar eens voor de rechter moet gaan verantwoorden.

En nu zit u ook nog hier, in dit bedompte grachtengordelzaaltje. In de hoek waar de klappen vallen. Om braaf over ethische codes, nieuwe regeltjes, een mentaliteitsverandering (wat dat ook mag zijn) te praten. Buiten is het prachtig weer. U had op een terrasje kunnen zitten, prosecco bij de hand. Bordje vlammetjes. Beetje voetbal voorbeschouwen.

Kortom. Ik begrijp u en ik leef met u mee. En als ik zo vrij mag zijn, ik geef u één welgemeend advies.
Even stilzitten. Inderdaad, u wordt geschoren. Goddank duurt dat niet eindeloos. Alle echte talenten in Nederland komen een keer aan de beurt. Dat komt ervan als je je hoofd boven het maaiveld uitsteekt.
Maar kijk eens naar Gerrit Zalm, naar de banken. Die moesten ze ook hebben de afgelopen jaren. Zo, zeg. Geen bonussen meer. Lagere inkomens. Maatschappelijk verantwoord ondernemen, ethisch beleggen, meer van die modewoorden. En alle rotzooi die ze over zich uitgestort kregen. Dat ze zakkenvullers zijn, exhibitionistische zelfverrijkers. Over bankiers werd dat gezegd, moet je nagaan.

Het waait over. Ik bedoel. Er kraait vijf jaar nadat de crisis uitbarstte en ABN werd opgekocht toch geen haan meer naar zo’n loonsverhoging van 20%? Ja, een enkele zeloot van extreemlinks. Maar wanneer hadden die voor het laatst de macht in Nederland?
Dus, zit vandaag even uit. Bevries de tarieven een paar jaar. Nodig de AFM uit voor de koffie. Laat ze praten, knik eens begripvol. En daarna, gewoon, op volle kracht vooruit.

Zet ‘m op! “