Facebook

Column interviewgala 9 maart 2016

Column interviewgala 9 maart 2016

Stadsschouwburg Amsterdam

Een conversatie met een parlementaire journalist.

Enz. Enz. In werkelijkheid duurt dit gesprek zeker een kwartier.

Terwijl ik kwaaier word omdat ik vind dat me onrecht wordt gedaan, wordt de journalist vasthoudender. Elke keer als ik indringender zeg dat ik het er niet in wil, dit niet gezegd heb, groeit bij hem het gevoel werkelijk beet te hebben. In zijn hoofd groeit de bewuste passage van een zijdelingse opmerking ergens verstopt in het interview naar een tussenkop in het stuk, de ankeiler op het hele artikel.

Elke journalist hier in de zaal zal dit moment kennen. De politicus die terug wil komen op uitspraken, die zegt verkeerd geciteerd te zijn en vraagt, bedelt en onderhandelt om de tekst veranderd te krijgen.

Nu, laat ik maar eens beginnen met een forse disclaimer.
Vaak heeft de journalist gelijk. Een slip of the tongue is zo gemaakt, zwart op wit zien onschuldige opmerkingen er soms stukken minder onschuldig uit. Inmiddels heeft een persvoorlichter gekeken en gewaarschuwd voor de gevolgen, de fractievoorzitter heeft een woede-aanval gehad, de coalitiepartner is not amused enz.

En het is dan niet zo gek dat hij vasthoudt aan de uitspraken die hij eerder noteerde. Maar stel, zeg ik voorzichtig, dat de journalist ongelijk heeft. Dat hij slordig heeft genoteerd, het niet goed heeft gehoord of niet goed heeft begrepen. Dat hij welbewust een uitspraak aan een politicus toedicht die niet klopt maar even goed beschadigend is.
Of misschien ligt de waarheid in het midden. Er is wel iets dergelijks gezegd maar de politicus heeft het helemaal niet zo bedoeld. Hij dacht niet goed na toen hij het zei, formuleerde ongelukkig en wil het eigenlijk anders kunnen zeggen. Maar die gelegenheid krijgt hij niet want ‘het is nou eenmaal gezegd’.

De rechtsfilosoof Ignatieff noemt dat in zijn memoires ‘gestoorde letterlijkheid’. Dat is de wereld waarin je als politicus leeft, die van de gestoorde letterlijkheid. Een woord kan nooit meer worden gecorrigeerd, voortschrijdend inzicht bestaat niet, alleen in de negatieve cynische variant van draaien of duiken.

Frenk van der Linden heeft mij ooit – onbedoeld denk ik – een groot compliment gemaakt. Hij zei: ‘jij bent eigenlijk niet meer te interviewen’. ‘Hoezo’, zei ik? ‘Je maakt geen echte fouten meer, je struikelt niet.’

In de parlementaire journalistiek is bijna elk gesprek tussen een journalist en een politicus een verbaal gevecht. De journalist wil de politicus ontmaskeren, de politicus wil de journalist beheersen. Het is als de onwillige patiënt van een psycholoog. Terwijl de psycholoog probeert de patiënt te doorgronden, probeert de patiënt de psycholoog voor zijn karretje te spannen.

Vaak worden politici bekritiseerd om hun opportunisme, hun instrumentalisme om verhalen te vertellen die het vooral goed doen bij de achterban, te rommelen met feiten en gebeurtenissen omdat dit electoraal beter scoort. Net zo goed is angst een terecht verwijt aan het adres van politici.

Je verschuilen achter spindoctors, voorgeprogrammeerde quotes uitbraken, clichés waar niemand behoefte aan heeft. Politici nemen weinig risico’s, twijfelen nooit openlijk enz. De verwijten zijn bekend. Maar ik zou hier nu wel eens advocaat van de duivel willen spelen. Stel dat een zittende politicus, een machtig man, openlijk twijfelt. Zegt dat hij een half jaar geleden een verkeerde beslissing heeft genomen, zich daarover schaamt en nu twijfelt. Hoe terughoudend, hoe geserreerd zou u dan zijn, hier in de zaal? Zou u waardering uitspreken? Gelegenheid geven tot correctie? Zou u het als een teken van karaktersterkte, of als zwakte zien? Deze vragen zijn retorisch maar dat had u wel begrepen toch?

Anders gezegd. Het is een houdgreep: de journalist die alleen maar wil ontmaskeren treft een politicus die hem koste wat kost wil beheersen. Het levert voorspelbare interviews op, vol met dooddoeners, die altijd lijken op de vorige. Risicoloze ondernemingen in de meeste gevallen, en soms een ware rel die bij heel hoge uitzondering leidt tot het aftreden van de politicus. Die dan overigens wordt opgevolgd door een politicus die vele malen voorzichtiger is dan zijn voorganger want dat heeft hij wel geleerd van de affaire die tot zijn aanstelling leidde.

Politiek wordt er plat door, vind ik. Ik kan me het laatste echt spannende vraaggesprek met een zittende politicus niet herinneren – maar dat zal vast mijn tekortkoming zijn. En in plaats dat meer openbaar wordt, onttrekt het zich juist vaker aan de openbaarheid omdat men wel link uitkijkt in de buurt van een journalist te komen met slechte bedoelingen.

En journalistiek wordt er vlak van. Slimmigheidjes, duidelijk in de vragen verpakt, moeten de vaardigheid van de journalist demonstreren maar de antwoorden zijn vaak bloedeloze compromisteksten – zo geworden na een hard gevecht tussen journalist en politicus.

De vraag is wie beëindigt de beklemming als eerste? Wie voelt de grootste noodzaak daartoe?

Nu, laat ik eens ervan uitgaan dat u in de zaal – als u een parlementaire journalist bent – eigenlijk niet erg tevreden bent met de verhouding met de Haagse politiek. U bent niet alleen de wijste van de twee. Ik neem aan dat u een verhalenverteller bent, dat u meeslepende analyses wil maken van het Haagse gekrakeel. U wil politici controleren – dat verdienen ze ook – maar u houdt ook van politiek en wil dat laten doorklinken.

Mag ik zo vrij zijn om vanaf de zijlijn een paar adviezen te geven? En inderdaad, als u nu tegen uw buurman moppert dat politici eerst maar eens bij zichzelf te rade moeten gaan, u heeft volkomen gelijk. Alleen politici zitten hier niet of nauwelijks in de zaal.

En misschien heeft u er wat aan als u weet waardoor ik, in de tijd dat ik politicus was, mijn achterdocht zou laten varen, een ontvankelijker en kwetsbaarder gesprek zou voeren, inhoudelijker daardoor ook.

  1. Ga er eens van uit dat er niets te ontmaskeren is. Het is niet mefisto maar een feilbaar mens die voor u zit, die fouten maakt. Als u de politicus zo benadert bestaat er een kans dat hij u die fout ook zal vertellen.
  2. In het verlengde ervan, probeer het eens met empathie in plaats van achterdocht. Ik ontdooi bijvoorbeeld subiet als de interviewer zegt dat hij sommige twijfels of problemen herkent. Dat – en niet de opgetrokken wenkbrauw van het nauwelijks verborgen oordeel – kweekt openhartigheid. Daarvan word ik praatgraag en ik durf mijn hoofd er onder te verwedden dat dit voor veel mensen geldt.
  3. Stel open vragen over iemands opvattingen en confronteer iemand niet onmiddellijk met uw analyse van diens opvattingen. Er is een groot verschil tussen de vraag: ‘wat vindt u van het Oekraïne-referendum?’ en de vraag ‘als Europa-aanhanger bent u – neem ik aan – een voorstander van het Oekraïne-referendum’.
  4. Gooi de knipselmap weg. Daarin staan alleen maar eerdere, oninteressante interviews en informatie die overmatig bekend is. Vraag eens aan een politicus of er elementen uit zijn leven zijn, idealen waarover hij nooit praat.
  5. Verlies uw weerzin tegen nuances. Dat is niet hetzelfde als wegduiken, draaien. In de nuance kunnen soms juist de interessante wendingen, de nieuwe inzichten zitten. En datzelfde geldt voor compromissen. Dat betekent namelijk ook dat mensen die meestal elkaars opvattingen niet kunnen verdragen bij elkaar zijn gaan zitten om een oplossing te vinden voor een ingewikkeld probleem.
  6. En – deze is in het bijzonder voor Sven Kockelmans die ik overigens een goede parlementaire journalist vind – laat iemand uitpraten. Natuurlijk spreken politici vaak in raadselen, in omzichtige en onnavolgbare formules. Maar lang niet altijd. En als u 0,5 seconde langer wacht, bent u toch nog snel genoeg? Bovendien, zonder uw onderbreking raakt een politicus misschien in zijn eigen redenering verstrikt (want makkelijk zijn die nooit).
  7. Tot slot, schrijf met enig mededogen. Het is niet gemakkelijk om – ik noem maar iemand – Diederik Samsom te zijn: manoeuvrerend tussen bestuurders en achterban, in een partij die verdeeld is, kampend met grote maatschappelijke problemen waarbij elke voorgestelde oplossing gelijk staat aan electorale zelfmoord. Als hij zich vergaloppeert verdient dat stevige journalistieke analyse maar hoeft hij niet als ‘narcist’ te worden gediskwalificeerd.

Nu, als dit allemaal niet helpt. En tegenover u zit een gortdroge politicus die u wel wil gebruiken om zijn naam in de krant te krijgen maar dat het liefste doet door nietszeggendheden te debiteren en u met een kluitje in het riet te sturen. Die probeert stroop te smeren terwijl u weet dat hij viezigheid verbergt. Dan blijft er maar één ding over: ontmaskeren.