Sep
03

Groeten uit Uruzgan

Gisteren kwam ik, 2 uur voor het afscheid van Wijnand als Kamerlid, teruggevlogen uit Uruzgan. Op uitnodiging van Pauw & Witteman en defensie heb ik drie dagen door het gebied gereisd en de Nederlandse troepen bezocht in Kandahar, Tarin Kowt en Deh Rawod. Het was voor mij de tweede keer, nadat ik ook vorig jaar aan het begin van het parlementaire seizoen een aantal dagen in Uruzgan was.

Zo’n bezoek is onvergetelijk indrukwekkend: de hitte, de desolaatheid van Zuid-Afghanistan, de constante dreiging van geweld maar vooral de talloze gesprekken met de - vaak heel jonge – Nederlandse militairen.

Deze keer reisde ik (o.a.) samen met de nieuwe commandant van de Nederlandse strijdkrachten, Generaal van Uhm, die in april zijn zoon Dennis verloor door een aanslag in de buurt van Kamp Holland in Tarin Kowt. Generaal van Uhm is een militair in hart en nieren die smakelijk kan vertellen over zijn vele uitzendingen en de gevaren en ontberingen die hij doorstond. Maar hij is ook een openhartige man die zijn grote verdriet niet verbergt.  Zijn verhaal, en dat van de vele militairen die collega’s hebben verloren, maken troepenbezoek hevig en emotioneel.

Voor mij, als verklaard en bekend tegenstander van de missie naar Uruzgan, is het ook een worsteling. Tegenover de mannen en vrouwen die elke dag hun leven riskeren, voelt de boodschap van ‘een verkeerde missie’ als hardvochtig. Toen het verzoek van Pauw & Witteman kwam om in Kamp Holland ten overstaan van de militairen met de minister van defensie, Eimert van Middelkoop, in debat te gaan, heb ik daar dan ook goed over moeten nadenken. Uiteindelijk gaf de doorslag dat je als parlementariër je ook – en juist - tegenover de meest betrokkenen hebt te rechtvaardigen voor je politieke keuzes. Ik vind het ook belangrijk om de militairen duidelijk te maken dat ‘tegen de missie zijn’ iets heel anders is dan ‘tegen militairen zijn’. Na twee bezoeken ben ik ervan overuigd dat de Nederlandse militairen trouw, zorgvuldig en met zo min mogelijk geweld uitvoering geven aan hun opdracht. Het probleem is dat zij van de Nederlandse regering de verkeerde opdracht hebben gekregen.

Dit tweede bezoek heeft mij namelijk niet optimistischer gestemd. Onmiskenbaar is de situatie in Uruzgan zelf iets beter geworden. In het gebied rondom Tarin Kowt (waar ook Chora en Deh Rawod bij horen) wordt de laatste maanden minder gevochten en lijken er een paar ontwikkelingsprojecten op gang te komen. Anders dan vorig jaar mocht ik deze keer dan ook van Kamp Holland af om Gouverneur Hamdam van Uruzgan bezoeken. Zo’n tochtje van een paar kilometer drukt je echter hardhandig met je neus op de feiten. Verstopt in een Bushmaster, omringd door tot op de tanden gewapende militairen en gekleed in schervenvest en met helm, word je van de ene plek naar de andere geloodst. Uitstappen in de omheinde tuin van de gouverneur kan pas nadat de militairen op de omliggende daken strategische plekken hebben ingenomen. Nu zal de komst van een kamerlid (en vooral van de minister met wie ik meereisde) tot extra veiligheidsmaatregelen leiden, maar dan nog is niet vol te houden dat het gebied ‘veilig’ is.

Bovendien wordt het beeld veel dramatischer als je de situatie in heel Zuid-Afghanistan in ogenschouw neemt (waar Uruzgan deel van uit maakt). Dit jaar zijn de gewelddadige incidenten met 50% toegenomen ten opzichte van vorig jaar. De bombardementen door internationale troepen zijn in dezelfde periode met 40% gestegen (waarvan 90% wordt uitgevoerd door de Amerikanen). Door al het geweld in het gebied gaan scholen dicht, verdwijnen gezondheidsposten en durven vrouwen nauwelijks nog over straat, zoals 100 hulporganisaties op 1 augustus in een brandbrief lieten weten. In het legerhospitaal in Kandahar vertelden de Nederlandse arts en verplegers dan ook dat de aantallen slachtoffers van bermbommen, zelfmoordacties en luchtaanvallen tot ongekende hoogte stijgen. De Taliban (en milities en krijgsheren) opereren telkens harder en psychologisch venijniger en in reactie vallen er ook meer onschuldige slachtoffers. Op 22 augustus werden bij een luchtaanval van de Amerikanen in de provincie Herat bijvoorbeeld 90 burgers, onder wie 60 kinderen, gedood. Door de escalatie van geweld neemt de steun bij de Afghanen voor de ISAF-missie af en neemt de ontvankelijkheid voor de Taliban toe.

In het debat dat ik afgelopen maandag om half 7 ’s ochtends (!) uiteindelijk had met Eimert van Middelkoop in Kamp Holland, blijft hij volhouden dat de internationale troepenmacht in Zuid-Afghanistan deel van de oplossing is en niet van het probleem. Dat onze militairen dag in dag uit hun stinkende best doen om de Afghanen te beschermen tegen geweld, kan echter niet verhullen dat de internationale troepenmacht (ISAF en OEF) in het zuiden langzaam maar zeker wegzakt in een moeras van oorlog en geweld. Hij miskent ook dat er wel degelijk een alternatief is.

Volgende week zenden Pauw & Witteman het Afghaanse tweeluik uit: maandag 8 september een ontroerend interview met generaal van Uhm, dinsdag het debat tussen de minister en mij.

Deel dit bericht
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Blogplay
  • Hyves
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • Twitter

Comments on this entry are closed.

Previous post:

Next post: